Goals

De maatregelen die kunnen toegepast worden in het kader van de besparingen op lichtenergie kunnen teruggebracht worden tot 3 groepen:

  1. het verminderen van het aantal branduren
  2. het invoeren van energie-efficiënte verlichting om het benodigde elektrisch vermogen te verlagen
  3. andere maatregelen

Verlichting minder laten branden

In deze context dient het belang van daglichttoetreding in overweging genomen te worden bij de voorafgaandelijke lichtstudie. Volgende maatregelen kunnen toegepast worden:

  • In een daglichtzone, een ruimte waar voldoende daglicht voorhanden is, kan men werken naar geen of minder verlichting. In de buurt van ramen, waar ongeveer 1000 Lux kan opgemeten worden, kan bijkomende kunstverlichting uitgeschakeld worden.
  • Op plaatsen waar geen constante bezetting is, lijkt het aangeraden over te schakelen naar een meer efficiëntere vorm van verlichting. Hierbij kan de implementatie van aanwezigheidsafhankelijke schakelsystemen er voor zorgen dat het licht niet onnodig blijft branden.
  • In veel gebruikte werkruimtes kunnen energiebesparingen op verlichting op 2 manieren gerealiseerd worden. Door gebruik te maken van lichtgevoelige sensoren kan de kunstverlichting uitgeschakelt worden in functie van de daglichttoetreding. Anderzijds kan men dimregeling toepassen in functie van de noodzakelijke verlichtingssterkte.

Invoeren van energie-efficiënte verlichting

Hierbij gaat men algemeen gesproken, inspelen op het benodigde elektrisch vermogen van de lampen. Dit kan verwezenlijkt worden op verschillende manieren.

  • In heel wat werkplaatsen en kantoren is de verlichtingssterkte veel hoger dan de door normering vastgelegde waarden. Belangrijk is dus de verlichtingsniveaus af te stellen op de behoeftes van verschillende soorten werk.
  • De eleganste manier om besparingen te genereren is over te stappen op efficiëntere verlichtingsinstallaties waarbij het benodigde vermogen wordt teruggebracht met als resultaat eenzelfde of zelf betere lichtkwaliteit. De grootste winst kan gehaald worden in het vervangen van gloeilampen door compacte fluorescentielempen (CFL , ook wel spaarlampen genaamd).
  • Daar waar fluorescentielampen reeds deel uit maakten van de bestaande lichtinstallaties, dient men oog te hebben voor de kwaliteit van de armatuur. Door implementatie van hoogtechnologische armaturen, kunnen energiewinsten geboekt worden tot 40%. Speciale spiegeloptiek in de armaturen bieden hierbij nog een betere efficiëntie.
  • Voor accentverlichting (men denkt hierbij aan de inrichting van winkels) kan men gebruik maken van hogedruk Metaalhalogenide lampen.

Maatregelen allerhande om de verlichtingsenergie te verminderen

In het kader van rationeel energie gebruik kunnen nog enkele aandachtspunten beklemtoond worden. Een supplementair voordeel kan gegenereerd worden door zich te concenteren op facetten als onderhoud, ruimte en bewustwording.

  • Indien men de ruimte schildert of behangt in lichte kleuren, zal dit dankzij de reflectie een positieve invloed hebben op de verlichtingsefficiëntie.
  • Als werkgever kan men bij de werknemers een bewustwordingspolitiek voeren. Praat over rationeel energie gebruik.
  • Ook het gebruik van zonnewering kan bijdragen tot energiebesparing, indien de nadruk hierbij ligt op het gezond verstand. Zo kan op koude zonnige dagen de zonnewering beter wat langer omhoog blijven, om aldus energiebesparing te realiseren op de verwarming. Maar tevens is de kwaliteit van de zonnewering bepalend over hoe ze gebruikt wordt.
  • Als laatste maatregel, moet ook het onderhoud van lampen en armaturen in overweging genomen worden. Het schoonmaken van de verlichtingsinstallaties kan zo tot 40% energiebesparing opleveren.